Ethisch veganisme
Uit Veganpedia, de gratis vegan encyclopedie
Inhoud (10)
Ethisch veganisme is het om morele redenen afwijzen van het gebruik en de uitbuiting van dieren in alle levensdomeinen, verder dan alleen voeding: ook kleding, cosmetica, entertainment en meer.
Snelle feiten
- Ook bekend als
- Moreel veganisme
- Kernprincipe
- Dieren zijn er niet voor ons gebruik
- Belangrijke denkers
- Peter Singer, Tom Regan, Gary Francione
- Juridische status VK
- Beschermde overtuiging (uitspraak van een tribunaal in 2020)
Ethisch veganisme is het vermijden van het gebruik van dieren en dierlijke producten in alle levensdomeinen, gebaseerd op de morele opvatting dat dieren niet voor menselijke doeleinden mogen worden uitgebuit of geschaad. Het onderscheidt zich van voedingsveganisme, waarbij iemand een vegan voedingspatroon volgt om redenen zoals gezondheid, zonder het principe per se ook elders toe te passen. De definitie van veganisme die de Vegan Society in 1979 aannam, is uitdrukkelijk ethisch en spreekt over het uitsluiten van “alle vormen van uitbuiting van en wreedheid tegenover dieren”.
Reikwijdte
Ethische veganisten passen hun principes doorgaans toe op:
- Voeding – geen vlees, vis, zuivel, eieren, honing en ingrediënten van dierlijke oorsprong (zie verborgen dierlijke ingrediënten).
- Kleding – geen leer, bont, wol, zijde, dons en exotische huiden (zie vegan mode).
- Cosmetica en huishoudelijke producten – kiezen voor producten zonder dierlijke ingrediënten die niet op dieren zijn getest (zie dierproefvrije cosmetica).
- Entertainment – geen circussen met dieren, dierenraces, stierenvechten en, voor velen, geen dierentuinen en aquaria.
- Ander gebruik – zoals producten met materialen van dierlijke oorsprong, en in sommige gevallen keuzes rond huisdieren, beleggingen en werk.
De toevoeging “voor zover mogelijk en praktisch haalbaar” in de definitie van de Vegan Society wordt meestal zo uitgelegd dat van ethische veganisten niet het onmogelijke wordt verwacht. Veel medicijnen worden bijvoorbeeld wettelijk verplicht op dieren getest, en de meeste ethische veganisten accepteren noodzakelijke medische behandelingen.
Filosofische grondslagen
Ethisch veganisme put uit verschillende tradities in de moraalfilosofie.
Utilistische argumenten
De Australische filosoof Peter Singer stelde in Animal Liberation (1975) dat het vermogen om te lijden, en niet het behoren tot een soort, bepaalt of een wezen morele aandacht verdient. Voortbouwend op de 18e-eeuwse filosoof Jeremy Bentham, die schreef dat de relevante vraag over dieren is “Kunnen ze lijden?”, betoogde Singer dat het lijden dat de moderne veehouderij veroorzaakt niet te rechtvaardigen is met menselijke voorkeuren voor dierlijke producten. Singers argumenten draaien om het verminderen van lijden en sluiten niet in principe elk gebruik van dieren uit, al pleit hij in de praktijk voor een vegan of grotendeels vegan voedingspatroon.
Op rechten gebaseerde argumenten
De Amerikaanse filosoof Tom Regan stelde in The Case for Animal Rights (1983) dat veel dieren “subjecten-van-een-leven” zijn met een intrinsieke waarde, en dat ze daarom rechten hebben die verbieden hen louter als hulpbron te behandelen. Volgens deze opvatting is het gebruik van dieren verkeerd, zelfs als het op een humane manier gebeurt.
Abolitionisme
De rechtsgeleerde Gary Francione stelt dat de status van dieren als eigendom de wortel van hun uitbuiting is, en dat veganisme de morele ondergrens is voor iedereen die dierenrechten serieus neemt. Hij heeft welzijnshervormingen bekritiseerd omdat die het idee zouden versterken dat het gebruik van dieren aanvaardbaar is.
Andere perspectieven
Ook deugdethiek, feministische zorgethiek en religieuze tradities die geweldloosheid (ahimsa) benadrukken, worden gebruikt om ethisch veganisme te onderbouwen. Het begrip speciësisme staat centraal in veel van deze argumenten.
Praktische bezwaren
Ethische veganisten noemen vaak specifieke praktijken als reden voor hun standpunt, waaronder:
- Het intensief opsluiten van dieren in de bio-industrie.
- Het scheiden van kalveren en hun moeders en het slachten van overtollige stierkalfjes in de zuivelindustrie.
- Het doden van haantjes in broederijen in de eierindustrie.
- De enorme aantallen vissen die in de commerciële visserij en aquacultuur worden gevangen.
Veel ethische veganisten steunen ook dierensanctuaria, die zorgen voor geredde boerderijdieren.
Juridische erkenning
In januari 2020 oordeelde een arbeidstribunaal in het Verenigd Koninkrijk, in de zaak van Jordi Casamitjana tegen de League Against Cruel Sports, dat ethisch veganisme voldoet aan de wettelijke toets voor een filosofische overtuiging die wordt beschermd door de Equality Act 2010. De uitspraak werd breed gebracht als mijlpaal, al scheppen uitspraken van arbeidstribunalen geen bindend precedent.
Kritiek en debat
Critici van ethisch veganisme brengen uiteenlopende bezwaren in. Sommigen stellen dat mensen geen directe morele verplichtingen hebben tegenover dieren, of dat zulke verplichtingen het gebruik van dieren toestaan als de welzijnsnormen hoog zijn. Anderen wijzen erop dat ook akkerbouw dierlijke slachtoffers maakt, bijvoorbeeld bij het oogsten en bij ongediertebestrijding; veganisten antwoorden doorgaans dat er veel meer gewassen nodig zijn om vee te voeden dan om mensen rechtstreeks te voeden. Binnen het veganisme is er ook discussie over kwesties zoals honing, tweekleppigen en het gebruik van op dieren geteste medicijnen.
Zie ook
Dit artikel vermeldt nog geen externe bronnen. Voeg een betrouwbare bron toe zodat lezers het kunnen controleren.
Links naar deze pagina: Dierensanctuaria · Dierproefvrije cosmetica · Zuivelindustrie · Eierindustrie · Bio-industrie · Geschiedenis van het veganisme · Vegan worden · Plantaardig vs. vegan · Speciësisme · Vegan goede doelen en dierenrechtenorganisaties · Vegan voeding voor huisdieren · Vegan mode